Kim van Norren | I Will Soften Every Edge
Vol vertrouwen de ondergang tegemoet
Door Dominic van den Boogerd
Kijkend naar We are heading for a fall (2023) springen de felle kleuren van het schilderij direct in het oog: geel, lila, groen, hevig contrasterend met zwart. We are heading for a fall, staat er te lezen, naar een nummer van de band Vaya Con Dios. Er gaat een zekere dreiging uit van deze ogenschijnlijk onbewogen dienstmededeling. In de turbulente vormen en elektrificerende kleuren zou je met een beetje fantasie een onheilspellende onweershemel kunnen herkennen.
Het schilderij is ontstaan in de nadagen van de coronapandemie, toen de hoop op betere tijden langzaam plaats begon te maken voor het sombere besef dat de wereld nooit meer dezelfde zal zijn. Toch is de boodschap van het werk niet per se pessimistisch. Een risicovolle toekomst is altijd nog uitdagender en misschien zelfs aantrekkelijker dan een verleden van voldongen feiten. Er is geen reden de naderende ondergang te vrezen, lijkt de boodschap, laten we haar vol vertrouwen tegemoet treden.
Sinds 2009 maakt Kim van Norren (Soest, 1980) schilderijen met teksten ontleend aan popsongs, gedichten, toespraken en andere bronnen: woorden die om de een of andere reden weerklank bij haar vonden. Met verf op doek poogt de kunstenaar zichtbaar te maken wat die woorden voor haar betekenen, in de vaste overtuiging dat ze ook voor anderen betekenis kunnen hebben - zij het niet noodzakelijk dezelfde. Naar hun aard zijn de schilderijen wellicht vergelijkbaar met wenskaarten, geborduurde merklappen en geglazuurde tegeltjes voorzien van volkswijsheden: ze geven medeleven, hartenkreten en inzichten een plaats in ons dagelijks leven.
Het begon allemaal met een televisiedocumentaire die Van Norren ooit zag over beeldhouwer Louise Bourgeois. Wat haar raakte was het moment waarop de 82-jarige kunstenaar een waarschuwingsbordje met de tekst ‘No Trespassing’ voor haar gezicht hield. Alsof ze duidelijk wilde maken dat haar gedachten privé zijn, verboden terrein. Er mogen dan pijnlijke trauma’s en gênante intimiteiten ten grondslag liggen aan haar tekeningen en sculpturen, je hoeft daar geen weet van te hebben om haar werk te kunnen waarderen. Van Norren realiseerde zich dat een schilderij niet de meest individuele expressie van de meest individuele emotie is, zoals het romantische cliché wil, maar de verbeelding van een magisch moment waarop de beleving van de maker raakt aan die van de toeschouwer. Sommige teksten klinken bekend in de oren.
Bij Sag mir wo die Blumen Sind (2024) komt onwillekeurig de melancholieke vertolking door Marlene Dietrich voor de geest (wonderlijk hoe een melodie decennialang in het geheugen kan blijven hangen). Van Norren hoorde het lied in de uitvoering van zanger en performer Sven Ratzke: niet een zoveelste coverversie, doordrenkt van nostalgie, maar eerder een omzetting, een hertaling naar deze tijd. In Ratzke’s werkwijze kan Van Norren zich goed herkennen. Net als de zanger diept de schilder woorden op die diep in ons collectieve geheugen sluimeren, kust ze wakker en maakt ze opnieuw actueel.
Van Norren is geïnteresseerd in hoe woorden op ons inwerken, wat ze teweegbrengen. Waar mogelijk zoekt de kunstenaar contact met de schrijver met de vraag of ze de tekst in haar werk mag gebruiken. Zo voerde ze correspondentie met de Curaçaose zangeres Kris Berry, de Duitse taalkunstenaar Bodo Wartke, en zelfs met Barack Obama, president van de Verenigde Staten, toen ze in 2012 een serie van vijf doeken wijdde aan diens bevlogen speech over de waarde van woorden. Sommige van de door haar uitverkoren teksten hebben vleugels gekregen en leven voort in het maatschappelijk debat, in agendawijsheden, spreekwoorden of aforismen. Andere, zoals de dichterlijke strofen van Jan Arends of de liedteksten van Leonard Cohen, zijn door lezers en luisteraars in het hart gesloten.
Communicatie komt met vereisten. De mededeling moet duidelijk zijn, helder leesbaar en pakkend verbeeld, zodat de kijker zich niet hoeft af te vragen: wat staat daar nou? Keuzes in kleur, formaat, vorm, vlakverdeling, contrast, ritme, proportie en andere beeldelementen zijn van belang. Als schilder maakt Van Norren gebruik van beeldstrategieën die door grafisch vormgevers worden benut. Sommige van haar schilderijen hebben wel wat weg van een boekomslag, een platenhoes of een filmposter. Het ontwerp is vaak speels, zo niet dartel, soms licht anarchistisch van karakter, nooit statig of symmetrisch. Hun grafische aard hebben de schilderijen gemeen met de zwierige theateraffiches van Henri Toulouse-Lautrec, de bonte textielontwerpen van Sonia Delaunay en de decoratieve muurschilderingen van Gijs Frieling.
De schilderijen functioneren niet als een venster op de wereld dat de blik naar binnen zuigt, integendeel: hier lijkt het beeld uit zijn kader te breken en optisch naar voren te komen. Hoewel een minieme suggestie van atmosferische ruimte nooit helemaal te vermijden is, ogen de decoratieve patronen van ruiten, strepen en lussen bovenal plat, tweedimensionaal. In I am yours, you are mine (2026) bestaat de ondergrond uit een luchtig geschilderd, lilakleurig veld waar bruin en roze doorheen schemeren en waarop twee zwartwit-geblokte balken zijn geplaatst, parallel aan elkaar. De letters van de titeltekst dansen erover heen. De M en de I steken licht af tegen een zwart blokje en donker tegenover een wit blokje; de wisselstroom tussen positief en negatief, tussen voor en achter, geeft het schilderij een opgewekte dynamiek. De lettertekens zijn geschilderd met behulp van maskers. Voor elk doek snijdt Van Norren nieuwe mallen uit karton. In elk schilderij zien de letters er een tikje anders uit, maar altijd verraden ze dezelfde signatuur.
Wat de schilderijen te zeggen hebben, kan opbeurend zijn of plezierig, maar ook confronterend, ongemakkelijk, moeilijk te accepteren. Niet alleen de oorspronkelijke bedoeling van de tekst speelt mee, ook de specifieke context is van invloed. Zo hangt een schilderij met het opschrift Het is mooi geweest in een ziekenhuis, wat de tevreden constatering toch een wat wrange bijsmaak geeft. De uitverkoren teksten laten zich niet in hun algemeenheid karakteriseren zonder afbreuk te doen aan nuances en meerduidigheid. Meer dan eens kaarten de woorden ethische dilemma’s aan: morele keuzes die ons gevoelsleven beheersen en onze zoektocht naar zingeving aansporen.
De schilder zelf maakt zich weinig illusies (‘It’s a cold and broken halleluja’, Leonard Cohen). Onzekerheid domineert (‘How fragile we are’, Sting), verlangens blijven onvervuld (‘In search of the miraculous’, Bas-Jan Ader). Maar toch: het geloof in de liefde persisteert (‘Love will save us’, Miss Montreal) en de hoop op een goede afloop is nog niet vervlogen (‘We will meet again’, Vera Lynn). Hoewel de teksten afkomstig zijn uit een soms grijs verleden spreken ze over leven en welzijn in de tegenwoordige tijd.
Een kort moment tillen de schilderijen ons op boven de beslommeringen van alledag. Een uitweg uit de sores bieden ze niet, wel een zucht van verlichting. Hoewel de kunstenaar sterk maatschappelijk betrokken is, vermijdt ze eenduidige, activistische leuzen. Neem een tekening als Cash Rules Everything Around Me (2024). In de knaloranje fallus met golvende kuif, geflankeerd door dollartekens, zou je makkelijk de huidige president van de Verenigde Staten kunnen herkennen. Op carnavaleske wijze steekt de prent de draak met de almacht van het kapitaal. De tekst, gesouffleerd door de New Yorkse hiphopformatie Wu-Tang Clan, is een nuchtere, feitelijke constatering, geen oproep tot gewapend verzet.
De laatste jaren werkt de kunstenaar minder met citaten en vaker met eigen teksten. Niet langer spreekt ze met ‘geleende stem’, zoals ze dat noemt, maar reflecteert ze op ontwikkelingen die zich voordoen in haar eigen leven, haar angsten, zorgen en verlangens. I waver under pressure (2025) bijvoorbeeld verwoordt hoe ze kracht put uit kwetsbaarheid; I dissolve quietly with every breath (2025) het opgaan in de stroom der gebeurtenissen. In beiden doeken worden de woorden omringd door kleurige golven en wiegende bladeren die de gewichtigheid van zelfanalyse relativeren. ‘Het werk laat zien hoe ik in het leven sta,’ zegt de kunstenaar, ‘maar ik hoop dat de kijker er ook iets van zichzelf in herkent.’
Als schilder heeft ze niet de illusie dat haar werk kwalitatief alsmaar beter wordt. ‘Binnen de kaders die ik voor mezelf heb vastgelegd, probeer ik steeds weer allerlei dingen uit die ik nooit eerder heb gedaan. Je neemt risico’s. Dat is de enige manier om te komen tot iets authentieks. Maar eigenlijk ben ik voortdurend bang dat het fout gaat.’ We’re heading for a fall… inderdaad. Een ander schilderij riposteert: We won’t give up on us.