Kirsten Spuijbroek | Preview

Wat bloemen meemaken
Het mysterie van het leven, waarin de oerkracht van het eeuwige nieuwe begin en het besef van sterfelijkheid versmelten, is al die tienduizenden jaren lang door mensen over de hele wereld in verband gebracht met de tere schoonheid van bloemen. Ook de Neanderthalers begroeven hun dierbaren onder een deken van bloemen.

In het werk van Kirsten Spuijbroek komen deze twee elementen samen. En al zijn het objecten het is de verstilde verbeelding van de processen die in het spel zijn, die de po√ęzie van het werk uitmaken. Alles eraan verwijst naar verandering, naar processen van ontstaan, verlies, herstel. Niet alleen in fysieke en organische zin, ook in de ambachtelijke en emotionele betekenis van die woorden. De tere schoonheid van bloemen is in de vloeibare porseleinklei gedompeld en heeft in het vuur van de oven een even kwestbare maar bestendige vorm gekregen. In de hitte van meer dan duizend graden verbranden de bloemen, maar ontstaat hun porseleinen omhulsel.

Wat overblijft zijn geen afdrukken van de bloemen zoals ze in de natuur voorkomen. Het gaat de kunstenaar niet om de bloemenpracht, maar om het zichtbaar en overdrachtelijk maken van wat de bloemen meemaken: zwaar worden, vervormd worden, rotten en barsten, op de proef gesteld worden in het vuur, verdwijnen en eeuwig worden, een vorm achterlaten, die weer even teer is en mooi als een natuurlijke bloem, maar op een totaal andere, menselijke manier.

Wat de bloemen hebben meegemaakt, dat heeft onze ziel meegemaakt, door schade en schande, door verlies en rouw, door bloei en verval. Ze versmelten zich voor onze ogen tot een en hetzelfde intrigerende, confronterende en kwetsbare beeld. Het is de heldere keuze voor bloemen en porselein, het koele en geduldige experimenteren met materiaal, pigmenten, glazuur en bewerking, die de verschillende verschijningsvormen (maskers, constructies, installaties, sculpturen) hun emotionele kracht geeft.

Alles is materie, aarde, leven en toch leidt alle inspanning die we doen, alle vernuft dat we ontwikkelen, alle moeite die het kost om iets te begrijpen en vrede te sluiten met het bestaan leidt tot dit ene besef: we zullen ruimte en tijd moeten maken voor onze relatie tot wat er niet meer of nog niet is. Tot wie er nog niet of niet meer is. Er is een levenslange toewijding aan dat besef, en aan de veeleisende details en principes van het ambacht voor nodig om dit intense werk te laten ontstaan.

Tekst: Dirk van Weelden